|
Aanleiding oprichting ABdK
Milieubewustzijn Halverwege de jaren zeventig groeide het milieubewustzijn in Nederland; de overheid zette de eerste stappen in de ontwikkeling van milieubeleid. De jaren tachtig stonden in het teken van onderzoek. In 1985 waren de Kempen aan de beurt. Bodem en grondwater bleken hier sterk verontreinigd met zware metalen. Vooral te veel cadmium en zink hebben negatieve effecten op mens en milieu; de provincie Noord-Brabant besloot dan ook in te grijpen. De toenmalige regelgeving, gericht op kleine locaties en separate aanpak van bodem en water, bleek echter onvoldoende en te kostbaar voor de grootschalige problematiek.
Technische Commissie Bodembescherming In 1997 constateerde de Technische Commissie Bodembescherming (TCB, adviesorgaan van ministerie van VROM) dat in diverse verontreinigde natuurgebieden in de Kempen, planten, bodemdieren en de nieren van vogels hoge gehalten aan zware metalen bevatten. In zwaar verontreinigde gebieden bleken de afbraak van organische stoffen (zoals bodemstrooisel) en de groei van flora te worden vertraagd.
Doordat in de Kempen de grond zuur is (zandgrond en gevolgen zure regen) blijven de zware metalen mobiel: ze worden niet aan de grond gebonden (zoals bijvoorbeeld in kleigrond wel gebeurt) en blijven zich dus verspreiden. De metalen blijven daardoor voortdurend tot negatieve effecten leiden.
Cadmium meest schadelijk voor de mens Verder stelde de TCB dat voor mensen cadmium het meest schadelijk is. Opgenomen in het lichaam wordt cadmium beperkt uitgescheiden en stapelt het zich op in de nieren. Bij een (gedurende het leven) te grote ophoping kunnen gezondheidsklachten ontstaan zoals een verslechterde nierfunctie en broze botten.
Mensen kunnen cadmium binnenkrijgen door het eten van verontreinigde groenten (met name bladgroente uit de eigen moestuin), het inademen van verontreinigd -opwaaiend- stof (maar ook in sigarettenrook zit cadmium) en door 'hand-mond gedrag' (denk aan kinderen met vieze handjes van verontreinigde grond).
Blijvend aandachtsgebied Op basis van bovenstaande adviseerde de TCB de minister om de bodemverontreiniging in de Kempen als een blijvend aandachtsgebied voor de overheid aan te wijzen en de bodemverontreiniging hier zoveel mogelijk projectmatig aan te pakken om zo tot oplossings- en beheersmaatregelen te komen. Hiervoor is in 2002 het milieuprogramma Actief Bodembeheer de Kempen (ABdK) gestart.
Brongerichte maatregelen ABdK tracht de bodemverontreiniging zoveel mogelijk bij de bron aan te pakken. Belangrijke maatregelen zijn het verwijderen van zinkassen, saneren van door zinkassen verontreinigde bodem en het saneren van verontreinigde waterbodems. Gezien de omvang van de verontreiniging, de arbeidsintensiteit en de hoge kosten die gepaard gaan met saneren, kost het saneren van verontreinigde bodem en waterbodems jarenlange inspanning.
Effectgerichte maatregelen Saneren kan alleen als de vervuiling zich concentreert tot een bepaalde plaats. Op veel plaatsen in het projectgebied is de verontreiniging echter verspreid, niet afgebakend (diffuus). Dat betreft met name plaatsen die zijn verontreinigd door de rook van de zinkfabrieken (atmosferische depositie).
Saneren is hier geen oplossing: onbetaalbaar (te groot oppervlak), ongewenst (bijvoorbeeld hele natuurgebieden of landbouwgronden afgraven) of onmogelijk (bijvoorbeeld grondwater). Daarom heeft ABdK in de jaren 2002-2008 onderzoeken uitgezet om voor deze atmosferische depositie andere oplossingen te bedenken. Dit leidde bijvoorbeeld tot het advies om de bodem van landbouwgronden en moestuinen te bekalken (de grond wordt dan minder zuur waardoor gewassen minder cadmium opnemen), het advies om doeltype van een verontreinigd natuurgebied zo nodig aan te passen en het uitwerken van een grondwatermeetnet om (de kwaliteit van) het grondwater blijvend in de gaten te houden.
Daar waar mogelijk wordt wel gesaneerd, zij het dat dit op aanvraag van de eigenaar – dus vrijwillig – gebeurt. Op basis van door ABdK uitgevoerd bodemonderzoek wordt bepaald of sanering noodzakelijk is. Zo ja, dan betaalt ABdK bij particuliere saneringen 60% van de saneringskosten. Veel gemeenten dragen ook tot 20% bij in deze kosten, waardoor de eigenaar alleen de resterende 20% hoeft te betalen. Deze zogenaamde co-financieringsregeling is mogelijk dankzij door het ministerie van VROM beschikbaar gesteld budget.
Voor de sanering van (openbare) wegen biedt ABdK een dergelijke regeling aan aan de betrokken gemeenten.
|