|
Zivest pilot Sterksel
Plaats
project
Sterksel (gemeente Heeze-Leende)
Datum aanvang
project: mei 2001
Datum einde
project:
april 2003[i] (december 2004)[ii]
Doel
project:
Het hoofddoel van de Zivest pilot is om bij aanpak van een groot aantal
kleine zinkaslocaties de best mogelijke werkwijze te ontwikkelen middels het
opstellen van een ‘voortschrijdend evaluatieverslag’.
Inhoud project: Als richtsnoer voor de
uitvoering van de pilot gold een Projectplan Zivest pilot Sterksel van 26 april
2001. Eén van de doelstellingen van het projectplan behelsde de oplevering van
een ‘voortschrijdend evaluatieverslag’ met als doel uiteindelijk tot een zo
efficiënt mogelijke werkwijze te komen binnen Zivest. In het Zivest-project
wordt getracht zoveel mogelijk zinkaslocaties te traceren en door middel van
vrijwillige deelname van terreineigenaren te saneren.
De evaluatie beschrijft het in tien stappen doorlopen traject van
inventarisatie, nader bodemonderzoek en saneringsplan tot en met de eerste
feitelijk uitgevoerde bodemsanering. Ook procesmatige aspecten zoals
communicatie, financiële verdeelsleutel, deelnemers-overeenkomst en
saneringsbeschikking komen hierin aan bod.
Resultaat project: De evaluatie levert
voortschrijdende inzichten op op het gebied van communicatie, milieutechnisch
onderzoek, de saneringsdoelstelling en milieurendement. Hieronder worden de
bevindingen op deze gebieden kort samengevat.
Communicatie De gehanteerde intensieve
communicatieaanpak heeft er mede toe bijgedragen dat de vrijwillige deelname
succesvol is. Ook de kostenloze bodemonderzoeken en de gesubsidieerde sanering
die terreineigenaren wordt geboden blijkt deelname aantrekkelijker te maken.
Onderzoek Gedegen vooronderzoek naar
risicolocaties is belangrijk voor de efficiëntie van het project; Het door
het projectbureau opgestelde protocol voor het nader bodemonderzoek van
zinkassenerven blijkt goed toepasbaar om de omvang van de zinkassen en de
verontreinigde grond vast te stellen.
Aanpassing saneringsdoelstelling in relatie tot
milieurendement Door verwijdering van de zinkassen wordt ruim
57% van de totale verontreiniging verwijderd voor circa 4% van de kosten van
volledige ontgraving van alle verontreiniging tot de streefwaarden;
Door sanering van de zinkassen inclusief de direct daar aangrenzende bodem
tot aan het niveau van de Bodemgebruikswaarde (BGW) II wordt ruim 88% van de
verontreiniging verwijderd voor nog geen 33% van de totale kosten voor een
volledige (multifunctionele) sanering.
Het bovenstaande heeft, samen met voortschrijdende inzichten in de aard van
de verontreiniging en de bodemgesteldheid in de Kempen, voor dit gebied geleid
tot een nuancering van de landelijk gehanteerde Bodemgebruikswaarden (BGW’s). In
het kader van Zivest wordt hierdoor voor het bodemgebruik ‘wonen met tuin’ een
onderscheid gemaakt tussen ‘siertuin’ en ‘moestuin’, waarbij, in afwijking van
de landelijke BGW-norm, voor siertuin volstaan kan worden met de lagere norm BGW
II. Daarbij wordt uitgegaan van het bereiken van aanvaardbaar humaan risico bij
het beoogde grondgebruik en acceptabel verspreidingsrisico. Hierbij wordt
dus een hoog milieurendement behaald. Voor de functie ‘moestuin’ blijft men als
norm BGW I hanteren.
Samenvattend wordt geconcludeerd dat met het 10-stappenplan een werkbare
methode is ontwikkeld om zinkassenlocaties te inventariseren, te onderzoeken en
te saneren. Aanbevolen wordt het 10-stappenplan te gebruiken als basis voor de
aanpak in de volgende gemeenten, waar de Zivest zal worden uitgevoerd.
Uitvoerder project:
Projectbureau ABdK, ondersteund door Royal Haskoning, Oranjewoud en Milon
Milieuonderzoek.
Projectleider ABdK:
Tom Kamsma
[i] Datum Evaluatieverslag Zivest pilot
Zinkassen. [ii] Datum afronding laatste
zinkassenverwijdering in kader van pilot.
|