|
Pilot moestuinen
Plaats
project:
Overstromingsgebied Dommel en Tungelroyse beek
Datum aanvang
project: juli 2004
Datum einde
project:
december 2004
Doel
project:
Het inzicht krijgen in de kwaliteit van bodem en voedingsgewassen van
moestuinen in de overstromings- en depositiegebieden langs de Dommel
en de Tungelroyse beek. Op basis van de resultaten maatregelen en een
vervolgplan ontwikkelen voor moestuinen in de Kempen.
Inhoud project: In het verleden
hebben zinkfabrieken in de Kempen verontreinigd koelwater geloosd op
de riviertjes de Dommel en de Tungelroyse beek. Als gevolg van de overstromingen
van deze riviertjes heeft zich verontreinigd slib afgezet op de aangrenzende
landbodems. Daarnaast heeft atmosferische depositie van verontreinigingen
plaatsgevonden.
Tuinen en moestuinen die in deze overstromings- en depositiegebieden gelegen
zijn hebben een verhoogd gehalte aan zware metalen -voornamelijk cadmium en
zink- in de bodem. Afgewogen besluiten over eventuele maatregelen in deze
moestuinen kunnen alleen worden genomen als voldoende kennis beschikbaar is over
de risico’s van de verontreiniging voor mens en milieu. Die kennis is nu
nog onvoldoende aanwezig.
Om deze kennis uit te breiden wordt in een selectie van circa vijf moestuinen
per betrokken gemeente een oriënterend bodemonderzoek en gewasonderzoek
uitgevoerd.
De pilot bestaat uit de volgende sporen: 1. Het
lokaliseren van moestuinen die geschikt zijn voor het
onderzoek;
2. Het onderzoeken van de kwaliteit van de
bodem en opname van metalen door gewassen;
3. Het
maken van dwarsprofielen met als doel inzicht te krijgen in de opbouw van de
bodem en de locatie van verontreinigingen;
4. Het
toetsen van de resultaten aan het model voortkomend uit het project
“risico-inventarisatie” met als doel dit model te
valideren;
5. Het vaststellen van risico’s met als
doel het ontwikkelen van een gewenste aanpak (teeltadvies, saneringsvarianten)
en inzicht te verkrijgen in de daaruit voort vloeiende
kosten;
6. Het komen tot op de Kempense
problematiek toegespitste protocollen voor gewas- en
bodemonderzoek;
7. Het ontwikkelen van een gewenste
communicatieve aanpak;
8. Het op basis van de
pilotgegevens komen tot een beslissing over een mogelijke doorstart van het
project. Er moet dan ook worden afgewogen of onderzoek gaat plaatsvinden
naar: a. de overige moestuinen in
overstromingsgebieden dan wel depositiegebied;
b. alle moestuinen in de Kempen.
Resultaat project: Nog onbekend.
Uitvoerder project:
Alterra (gewasonderzoeken) en Oranjewoud (bodemonderzoeken)
Projectleider ABdK:
Myra van Dijk, i.s.m. Carla Kuppens en Ko de Ruiter
|