|
Fyto-extractie
Plaats
project:
Amsterdam, Budel Dorplein, Diepenbeek (B), Balen (B)
Datum aanvang
project: 17-02-2003
Datum einde
project:
31-12-2005
Doel
project:
Via laboratorium- en veldexperimenten komen tot geschikte variëteiten van
gewassen die zware metalen uit de bodem kunnen opnemen (fyto-extractie)
Inhoud project: De verontreiniging met zware
metalen (vooral zink en cadmium) van bodem en water in de Kempen is qua
oppervlak van dien aard dat klassieke saneringsmethoden als afgraven en reinigen
van vervuilde grond niet overal realistisch zijn. Daarom worden alternatieve en
economisch haalbare scenario’s overwogen. Eén van de methoden is de teelt van
economisch rendabele non-food gewassen die zware metalen in hun weefsels
accumuleren zodat een geleidelijke extractie van deze metalen uit de bodem
plaatsvindt. Tijdens de verschillende fasen van het project worden variëteiten
van geschikt geachte soorten zoals koolzaad, zonnebloemen, populieren en wilgen
onderzocht op hun opnamecapaciteit van zware metalen uit de bodem. Vervolgens
wordt gekeken naar de inpasbaarheid van deze teelten in zowel landbouw- als
natuurgebieden. De economische meerwaarde van genoemde teelten wordt vooral
gezocht in de levering van energie in de vorm van biodiesel (koolzaad), bio-olie
(zonnebloem) of electriciteit en warmte (biomassaverbranding van snoeihout van
wilgen en populieren). In België wordt dan ook gesproken over energiebossen.
Resultaat project:
Nederlandse inbreng: Vanaf de feitelijke start van het
project (zomer 2003) zijn in het laboratorium in Amsterdam een groot aantal
accessions van Brassica soorten waaronder koolzaad (Brassica napus) in
hydrocultuur onderzocht op hun cadmiumopname- en translocatievermogen (de mate
van verplaatsing van elementen binnen de plant van de wortel naar de spruit; de
wortel-spruit ratio). De algemene conclusie uit dit eerste experiment luidt dat
koolzaad het beste uit de bus komt qua cadmium accumulerend vermogen,
translocatie van cadmium van wortel naar spruit en totale biomassaproductie. In
2004 is men daarom verder gegaan met het zoeken naar geschikte variëteiten van
koolzaad, niet alleen in hydrocultuur maar nu ook in veldexperimenten in Budel
Dorplein (NL) en Balen (België).
De resultaten van deze experimenten komen eind 2004 beschikbaar.
Belgische inbreng: In 2003 is op een kleinschalige proefveld in
Balen (10 are) onderzoek gestart naar de accumulerende werking van 15
wilgensoorten (waaronder Salix viminalis) en 2 populierensoorten. Tussen de
wilgenvariëteiten bestond een factor 6 verschil in opnamecapaciteit voor
cadmium. De zinkopname vertoont een zelfde trend. De opname in populieren was
echter beduidend lager.
Een theoretische berekening heeft aangetoond dat bij wilgenaanplant met een
beginconcentratie van 5 mg/kg cadmium in de bodem de saneringsduur tot de
Belgische norm (2 mg/kg grond) 26 jaar bedroeg.
Ook is er een kleine proef uitgevoerd met zonnebloemen en tabak. Hiebij zijn
echter nog weinig resultaten te melden. Bij dezelfde uitgangssituatie bedroeg de
saneringsduur tot de norm volgens theoretische berekening hier 75 jaar.
Verder was één van de conclusies dat door fyto-extractie de uitloogbare
fractie van de verontreiniging vermindert en dat daarmee succes kan worden
geboekt in grondwater-beschermingsgebieden. Dit proces wortd fytostabilisatie
genoemd.
In 2004 is de proef met wilgen en populieren opgeschaald tot een oppervlak
van bijna 2 ha en hebben enkele planttechnische wijzigingen
plaatsgevonden.
Voor de verwerking van de biomassa die vrijkomt bij de teelt van deze
gewassen wordt gedacht aan pyrolyse van de biomassa of bijstoken in
steenkolencentrales. Het project heeft hierover contact met Pol Verstraete van
VITO die een en ander ook zal doorrekenen op economische rentabiliteit.
Uitvoerder project:
VU Amsterdam Limburgs Universitair Centrum (LUC) Vlaamse Insteling
voor Technologisch Onderzoek (VITO)
Projectleider:
Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij (OVAM)
Projectleider ABdK:
Ko de Ruijter
|